In de AKO boekhandel van het Amsterdam UMC verontschuldig ik mij voor de aankoop van De zeven vinkjes van Joris Luyendijk. „Het doet zo veel stof opwaaien, laat ik het maar lezen”, stamel ik tegen de verkoopster die iets ouder lijkt dan ik. We praten even. Ze kijkt me veelbetekenend aan als ik zeg: „Ik ben bang dat ik…” En voordat ik uit kan praten vult zij mij aan: „...u heeft ook zeven vinkjes?” Schuldbewust knik ik ja.